Als wetenschapper krijg ik gelukkig regelmatig opmerkingen over acupunctuur zoals: “Als jij zegt dat het werkt, dan zal het wel zo zijn.” Toch zien veel mensen deze eeuwenoude behandelmethode als moeilijk te verklaren. Dat beeld klopt gelukkig niet meer.
Steeds meer wetenschappelijk onderzoek laat zien dat acupunctuur niet alleen werkt, maar ook biologisch te verklaren is.
Het krachtige effect van kleine naaldjes
Een acupunctuurnaald veroorzaakt een meetbare reactie in het lichaam. Zodra de naald het weefsel raakt, ontstaat er een kettingreactie: immuuncellen worden geactiveerd en stoffen zoals serotonine en adenosine komen vrij. Deze beïnvloeden direct de pijnsignalen naar de hersenen. Tegelijkertijd worden zenuwbanen geactiveerd en verandert de hersenactiviteit in gebieden die pijn verwerken. Met moderne beeldvorming, zoals fMRI, is dit inmiddels zichtbaar gemaakt.
Het bewijs stapelt zich op
Het Acupuncture Evidence Project, waarin studies naar 122 verschillende aandoeningen zijn geanalyseerd, laat zien dat acupunctuur voor 117 van de 122 aandoeningen een positief effect heeft. Voor een groot aantal indicaties is zelfs bewijs van hoge kwaliteit beschikbaar (NHMRC Level I)
Belangrijker nog: de kwaliteit van het onderzoek neemt toe. Waar acupunctuur vroeger lastig te onderzoeken was, zien we nu steeds beter ontworpen studies met duidelijkere resultaten.
De rol van het interstitium
Het interstitium is een netwerk van met vloeistof gevulde ruimtes in het bindweefsel, tussen cellen en organen dat zich verspreid door het hele lichaam. Pas in 2018 werd in de reguliere geneeskunde duidelijk dat dit een samenhangend systeem is dat werkt als transportsysteem voor vloeistoffen, voedingsstoffen en signalen. Dit inzicht werpt nieuw licht op acupunctuur: veel acupunctuurpunten liggen precies in het verloop van het interstitium, dat kan worden gezien als een soort snelweg in het lichaam waarlangs prikkels zich verspreiden. Onderzoek laat zien dat acupunctuur biologische processen beïnvloedt, zoals bindweefsel, celcommunicatie en pijnregulatie. Zo ontstaat een brug tussen oosterse en westerse geneeskunde: acupunctuur werkt en we begrijpen steeds beter hoe.
Geen placebo, maar een meetbaar effect
De vraag “moet je er in geloven?” is jarenlang onterecht gesteld.
Ja, verwachting speelt altijd een rol in genezing. Maar bij acupunctuur zien we een aantoonbaar biologisch effect en vooral dat effect maakt de behandelingen zo krachtig.
Tijd om het anders te bekijken
Acupunctuur is geen vervanging van de reguliere geneeskunde, maar een waardevolle aanvulling. Vooral bij chronische pijnklachten, waar medicatie niet altijd voldoende werkt of ongewenste bijwerkingen heeft.
Wat mij betreft is het tijd om de vraag te veranderen van “werkt het wel?” naar “wat kunnen we nog meer leren over deze bijzondere geneeskunde die niet voor niets al duizenden jaren bestaat?”
Want het antwoord op de eerste vraag wordt steeds duidelijker:
Ja, acupunctuur werkt! Dat is wetenschappelijk onderbouwd.